Print deze tekst Sluit venster
Vooraf: hier en daar wordt er verwezen naar bijlage´s. Deze zijn op de website niet opgenomen. Wil je specifiek reageren op de inhoud van het bovenstaande, mail dan naar henkjan@ecolonie.eu.

Ter verduidelijking:
De hier onderstaande tekst is het meer beschouwende gedeelte van het huishoudelijk reglement. Dit gedeelte zijn met name de overwegingen die hebben geleid tot onze regels. Aangezien het huishoudelijk reglement nog niet definitief is besproken zijn de regels zelf nog niet opgenomen in de tekst van deze website. Dit onderstaande gedeelte kan dan ook beschouwd worden als een meer concrete uitwerking van onze visie.

Huishoudelijk Reglement
De grondbetekenis van de Latijnse en Griekse woorden die we met ´regel´ vertalen is ´latten raam-werk´; een kader, waarlangs een leven kan groeien. Hoewel de tak van een plant niet in willekeurig welke richting kan groeien, kan men nooit tevoren weten, welke kant hij op zal gaan. De plant vindt, binnen een gegeven structuur, zijn eigen pad. De ruimte waarin hij zich beweegt is open, zij het niet zonder grenzen.

Voorwoord
Dit huishoudelijk reglement is meer dan een opsomming van regels (geboden, verboden, aanwijzingen), zoals we dit gewoonlijk kennen. Dit reglement is geen recept voor het construeren van een gemeenschap, maar levert daar slechts de basisvoorwaarden voor. De ware gemeenschap is tenslotte een gave, en niet iets wat je fabriceert. De gemeenschap doet zich voor daar waar de omgeving er rijp voor is. Het huishoudelijk reglement is een momentopname van een organisch proces; een samenvatting van een wijze van denken die, gebaseerd op de Ecoloniegeschiedenis (sinds 1989), die zich sinds 1999 nadrukkelijker aan het uitkristalliseren is. Het is samengesteld uit elementen uit de visie en de concrete vertaling daarvan in overwegingen, beschouwingen en regels.
Dit reglement ontstaat op het snijpunt van twee denkwijzen, die zich op paradoxale wijze tot elkaar verhouden. Enerzijds is daar de behoefte en het inzicht om alles open te laten, zo weinig mogelijk vast te leggen, te luisteren naar en mee te bewegen met wat zich aandient, anderzijds is er de behoefte aan continuïteit. Dit laatste vraagt om begrenzing en om vastlegging. Tenslotte is het om verschillende redenen zinvol om te weten welke afspraken er gemaakt zijn en om elkaar daarop te kunnen aanspreken. Dat voorkomt chaos en willekeur, de negatieve variant van te veel beweging.
Maar de vraag is: hoever gaan we daarin? Want heeft vastlegging in b.v. regels ook niet te maken met onze eigen onzekerheden en angsten? Daar tegenover stimuleert spontaniteit en het onverwachte, het grensoverschrijdende, ook weer de creativiteit. Staat het streven naar continuïteit niet haaks op de scheppende krachten? Hoe verhouden zich de dynamische kwaliteit en de statische kwaliteit tot elkaar? Duidelijk is dat het één niet zonder het andere kan. Dit elementaire, structurele spanningsveld is onvermijdelijk, en de motor achter nieuwe ontwikkelingen. Zonder spanning immers geen beweging. Pioniers / initiatiefnemers hebben meestal meer affiniteit met de dynamische kwaliteit en willen vaak hun dadendrang niet belemmerd weten door regels, terwijl degenen die hun gedrag meer baseren op statische kwaliteit meer zekerheden verlangen. Het een is niet beter dan het andere, het is echter aan de gemeenschap om zich bewust te zijn van dit krachtenveld en het als een kunst te zien om, in samenhang met de steeds veranderende omstandigheden, die balans te zoeken die recht doet aan het moment; en aan de visie en beide genoemde polen.

Inleiding
Een reden om een huishoudelijk reglement te schrijven komt voort uit Artikel 14 van de statuten. Daarin staat: "Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in de statuten zijn vervat." Hoewel die bevoegdheid niet dwingend wordt opgelegd dient zich een praktische noodzaak aan nu de groep groter wordt en er meer behoefte is om kennis te nemen van de geschreven en ongeschreven regels. Tot nu toe stonden die enerzijds in de beleidsnotitie "Wil ik permanente bewoner (m/v) worden van Ecolonie?", anderzijds werden ze met name mondeling overgedragen. Die werkwijze voldoet niet meer.
De regels van de vereniging Ecolonie zijn te onderscheiden in basisregels (bij wijze van spreken de grondwet ) en de regels waarmee dagelijks gewerkt wordt. In de statuten staan de basisregels genoemd. Een vereniging (Association) is verplicht deze regels (statuten) te hebben. Ze dienen in overeenstemming te zijn met de Franse wet. Ze hebben juridische kracht en worden uiteindelijk vastgesteld en geregistreerd door de notaris. In de statuten staat het doel van de vereniging omschreven, hoe zij aan haar middelen denkt te komen, hoe het bestuur gekozen wordt, stemprocedures etc. Het bestuur van de vereniging en haar leden hebben zich te houden aan de regels genoemd in de statuten en het huishoudelijk reglement. In de dagelijkse praktijk kan het zijn dat, met name waar het de regels van het huishoudelijk reglement betreft, daarvan afgeweken wordt. Dat is niet bezwaarlijk, (zie het in het voorwoord genoemde organische spanningsveld) mits het niet onwettig is en de leden-bewoners geen bezwaar maken tegen eventueel afwijkende informele procedures. Op het moment dat er meningsverschillen zijn en/of dat er bezwaar gemaakt wordt, dienen de regels echter te worden nageleefd.

Visie
“Visie is een organiserend beginsel. Visie heeft ook een magische kwaliteit. Het innerlijk oog van de visie kan zien wat er nog niet is, kan buiten de bestaande omstandigheden reiken en iets ontwaren dat er tevoren nooit is geweest. Het is werkelijk een verbijsterend menselijk vermogen dat boven heden en verleden kan uitstijgen, om geïnspireerd vanuit het ´onbekende´ iets te ontwerpen dat tevoren niet bestond.” (citaat uit onze visie)

Bovenstaande omschrijving van het begrip visie is essentieel als het geplaatst wordt in het licht van de ontwikkeling van het organisme Ecolonie. Wat willen we (de permanente bewoners) dat de identiteit van Ecolonie zal zijn, nu, maar ook steeds verbonden met ons verder kijken in de toekomst. Welke plaats willen we het toekennen in dat oneindige krachtenveld van de maatschappij? Als we ons een beeld kunnen vormen van dit organisme in de toekomst, kunnen we beter onze richting bepalen; er ontstaat een gemeenschappelijke focus en de wetten van manifestatie zullen zich via de weg van de minste weerstand beter kunnen doen gelden.
Dat dit hier genoemd wordt in het kader van het huishoudelijk reglement betekent dat we grote waarde toekennen aan het feit dat vaste bewoners zich zeer goed bewust dienen te zijn van het bovenstaande en in hun handelen zich in belangrijke mate laten leiden door deze visionaire beelden, hoe vaag en hoe moeilijk het ook nog is om dit onder woorden te brengen. Van hen wordt verwacht dat zij zich een voorstelling kunnen maken van wat er nog niet is. Dat ze kunnen anticiperen, vooruitgrijpen op. Dat ze willen werken en woekeren met hun mogelijkheden, hun talenten. Moed, fantasie en stoutmoedig zijn hebben, gelijk de sprookjeshelden of de mythische of legendarische figuren.

Juist omdat onze zienswijze (visie) gekenmerkt kan worden als een organisch / utopische, kan het niet zo zijn dat deze genoemde beelden van de toekomst nu al letterlijk in detail beschreven kunnen worden. De hieronder genoemde ´uitgangspunten´zijn dan ook niet meer dan een actuele samenvattende herschikking van de notitie ´Wil ik permanente bewoner (m/v) worden van Ecolonie´. Deze notitie kan beschouwd worden als een verzameling van waardevolle zienswijzen, ervaringen en geschiedenisfeiten, die bijdragen tot de herkenbaarheid van de visie van Ecolonie, en maakt wat betreft het onderdeel ´de Visie van Ecolonie´deel uit van dit reglement. (voor de website lezer de aantekening dat bovengenoemde notitie niet openbaar is).
We beseffen in dit verband na jaren van ervaring steeds meer dat het vanzelfsprekende (en dat is deze visie voor ons) nooit uitgelegd c.q. overgedragen kan worden. We kunnen het hoogstens aanbieden in de vorm van het zo te leven, en het zal, zo realiseren we, vaak pas aanvaard worden als de mens zich op het (een) kruispunt van zijn leven bevindt.

Uitgangspunten
* We beschouwen Ecolonie als een organisme, een op natuurlijke wijze zich ontwikkelend verband van mensen en hun diverse activiteiten, met een gemeenschappelijke visie als basis, waarvan de energieën in onderling verband aansluitend samenvloeien.
* We weten ons geïnspireerd door een organische, spirituele, utopische wijze van denken.
* Met de vormen die we op Ecolonie laten ontstaan willen we onze visie dat het leven ondeelbaar is, als eenheid gezien kan worden, tot uitdrukking brengen (eenheidsbeginsel).
* Voor ons is spiritualiteit niet een verheven zaak, maar de inspiratiebron voor het concrete handelen. Uit onze daden (vormen) moet blijken wat ons inspireert.
* Werken is voor ons enerzijds een middel om het/een doel te bereiken, onze schepping mogelijk te maken, anderzijds een doel op zichzelf, omdat in die activiteit - het werken - de ziel, zaligheid en creativteit (liefde) besloten ligt, waardoor wij ons willen laten inspireren.
* We hechten grote waarde aan de eigen verantwoordelijkheid en de ontwikkeling van de eigen individualiteit, die ten dienste staan aan de ontwikkeling van het organisme Ecolonie.
* Verwacht wordt dat deze dienstbaarheid tot uitdrukking komt in een onvoorwaardelijk verbinding of anders gezegd dat het gedrag gebaseerd is op een onvoorwaardelijke liefde voor het organisme, wanneer men vaste bewoner wil zijn. Vaak kan deze keuze betekenen dat betrokkene een ´sprong´ moet maken, vanuit een bewustzijn waar de zelfontplooiingsmythe, cq de ik-gerichtheid, dominant aanwezig is, naar een nieuw zijnsgebied (met zijn eigen waarden en normen), waar niet de vraag gesteld wordt, of je er iets mee opschiet of ervan groeit.
* De ontwikkeling van Ecolonie willen we plaatsen in de totale ontwikkeling van een kosmologie, die geïnspireerd is op een organische en de daarachter liggende spirituele utopische zienswijze.
* Voor ons is ecologie meer een zaak van spiritualiteit (liefde) dan van wetenschap. Ze is zowel geworteld in liefde voor thuis als de bereidheid je leven, je persoonlijkheid en je waarden te laten bepalen en vormen door de plek waar je woont. Een dergelijke ecologie bekommert zich niet alleen om de natuurlijke wereld, maar ook om de plek die wij in de menselijke omgeving hebben. Ze heeft zowel te maken met zingeving en emotie als met de bescherming van de natuur.
* De individuele bewoners van Ecolonie erkennen de dieperliggende, transcendente gemeenschappelijke waarde in alles (sommigen noemen dit de goddelijkheid) en werken samen, omdat ze vinden dat een geheel, gebaseerd op een gemeenschappelijke visie, groter is dan de som van de delen ervan. Zij ervaren het organisme Ecolonie als bezield.
* Ecolonie is een dynamisch en levend organisme, dat zoals alle levende organismen, een voortdurend veranderings- en groeiproces doormaakt.
* We beschouwen het organisme Ecolonie als een vruchtbare voedingsbodem voor ieder mens afzonderlijk, om tot een geïntegreerd bewustzijn te komen.
* De vormen die op Ecolonie ontstaan zijn dan ook in die zin een afspiegeling van dit bewustzijn.
* Wat er ook gemaakt of gedaan wordt, belangrijk daarbij is het bewustzijn en met name de kwaliteit van het bewustzijn. De vorm is enerzijds belangrijk als eindresultaat van een scheppende activiteit, anderzijds biedt de vorm een structuur waarin het bewustzijn zich kan ontwikkelen en zich kan leren uitdrukken.
* Op Ecolonie leren wij onszelf aan de basis van ons wezen te werken, en beschouwen dit dan ook als een prachtige oefenplek. We hebben geen behoefte aan vleugels, terwijl we onze voeten nog niet eens hebben leren kennen.
* De bewoners van Ecolonie zijn zich bewust van het feit dat het zonder dynamische kwaliteit het organisme niet kan groeien en zonder statische kwaliteit niet kan blijven bestaan.
* Ecolonie beschouwen we als een ontmoetingsplaats waar er een sterke herkenning en betrokkenheid is bij de bewoners voor de mystiek; mystiek wordt daarbij opgevat als een fenomeen dat niet passief en theoretisch is, maar actief en praktisch. In deze opvatting van mystiek gaat het om een organisch levensproces, waarbij het hele Zelf van de mens is betrokken. We ervaren daarbij dat deze betrokkenheid uitdaagt om ons gedragspatroon drastisch te veranderen (zie ook de leefregels).
* Als bewoners van Ecolonie willen we een plek creëren waar wij op onze wijze, vanuit onze visie kunnen leven. Die verantwoordelijkheid nemen we. Dat willen we graag uitleggen, en eventuele belangstellenden daar deelgenoot van maken, waarbij we niet de pretentie hebben het beter te doen dan anderen.
* Als het woord daad wordt is het doel bereikt, want het transmuteert. Dat is de scheppende energie die kracht heeft en alles doordringt.
* We zien een gezonde economische basis als een belangrijke voorwaarde om onze wensen te realiseren. Geld wordt gezien als energie, en om redenen van onvoorwaardelijke beschikbaarstelling wordt geld niet geleend als daar rente voor betaald moet worden.

Onze visie vatten we samen in drie hoofdthema´s:
spiritualiteit (mystiek), creativiteit (kunst) en natuur (duurzaamheidsdenken).

Deze thema´s zijn de basis voor verschillende werkvormen zoals we die nu kennen:
de groentetuin, de kruidentuin, het gastenverblij en camping, het kunstatelier, alternatief energie- en (ver)bouwproject, terreinbeheer, Oikos (o.a. oliën / remedies), het Eigentijds Festival, het Eigentijds Zomercollege en de coördinatie (o.a. publiciteit, programmering).
Nieuwe werkvormen zijn mogelijk, mits deze aansluiten bij deze hoofdthema´s en deze gedragen worden door permanente bewoners.

Leefregels

Inleiding
Leefregels komen niet zomaar uit de lucht vallen. (of toch wel.....?) Ze zijn gebaseerd op jaren ervaring in deze gemeenschap, op inzichten van individuele mensen die hier hebben gewoond en nog wonen, maar ook, niet in de laatste plaats, op inzichten en ervaringen van elders. Zoals bijvoorbeeld van een gemeenschap als Findhorn in Schotland, en van monastieke gemeenschappen van verschillende levensbeschouwelijke signatuur over de hele wereld.
In dit verband is misschien wel de bekendste leefregel ´de Regel van Benedictus´. Ecolonie is nog maar een jonge loot aan deze stam, die zoals elders al eens gemeld is, na een zwangerschapsperiode (van 1989 tot 1998), nog maar enkele jaren het levenslicht heeft aanschouwd. Een jonge loot die nog vol potentie aan het zoeken is naar haar identiteit en vorm, terwijl de contouren van wat het ´zou kunnen worden´ voorzichtig zichtbaar worden. Mogelijk dat Ecolonie een concrete uitdrukking is van een nieuwe stroming die vijftig jaar geleden werd voorspeld door de historicus Arnold Toynbee wat betreft de vormgeving en doelstelling van spirituele gemeenschappen (kloosters).Behalve dit geestelijke identiteitsaspect is er natuurlijk ook het materiële aspect, de dringende noodzaak ´dit kind´ te voeden en te kleden. De ontwikkeling van beide aspecten is geen vrijblijvende zaak, geen sinecure en vraagt van de ´transformateurs´een grote mate van visie, inzicht, doorzettingsvermogen, zelfbewustzijn, deskundigheid en niet in de laatste plaats discipline.
We noemden al een aantal uitgangspunten die in hun praktische uitwerking, speciaal voor de persoon, ingrijpend kunnen zijn, te weten:
Op Ecolonie leren wij onszelf aan de basis van ons wezen te werken, en beschouwen dit dan ook als een prachtige oefenplek. We hebben geen behoefte aan vleugels, terwijl we onze voeten nog niet eens hebben leren kennen.
We beschouwen het organisme Ecolonie als een vruchtbare voedingsbodem voor ieder mens afzonderlijk, om tot een geïntegreerd bewustzijn te komen.
Verwacht wordt dat deze dienstbaarheid tot uitdrukking komt in een onvoorwaardelijk commitment, cq het gedrag gebaseerd is op een onvoorwaardelijke liefde voor het organisme, wanneer men vaste bewoner wil zijn. Vaak kan deze keuze betekenen dat betrokkene een ´sprong´ moet maken, vanuit een bewustzijn waar de zelfontplooiingsmythe, cq de ik-gerichtheid, dominant aanwezig is, naar een nieuw zijnsgebied (met zijn eigen waarden en normen), waar niet de vraag gesteld wordt, of je er iets mee opschiet of ervan groeit.
In grote lijnen - er zijn natuurlijk meer nuances te maken - zijn er twee categorieën geïnteresseerden te onderscheiden die belangstelling tonen om zich aan te sluiten bij Ecolonie. De eerste groep zijn degenen die de sprong in alle opzichten onvoorwaardelijk maken, die weten dat ze hier moeten zijn en/of (mystieke) ervaringen hebben die hen in deze richting de weg doen wijzen. In een ander verband is al genoemd dat gezegd kan worden dat betrokkenen zich ´geroepen´ voelen. Bij hen kun je spreken van het gegeven dat er sprake is van een geïntegreerd bewustzijn t.o.v. de visie en doelstelling van Ecolonie. Zij begrijpen dat het een niet los gezien kan worden van het andere, hetgeen op Ecolonie de eenheidsgedachte genoemd wordt.
De tweede groep, die van zijn interesse blijk geeft, is veel groter. De motieven die ten grondslag liggen aan de interesse kunnen heel verschillend zijn. De een voelt zich aangetrokken tot het ecologische aspect in de breedste zin van het woord, de ander tot de kunst en een derde tot de spiritualiteit. Betrokkenen uit deze groep hebben vaak grote moeite om de verbindingen te leggen tussen de drie thema´s. Onlosmakelijk daarmee verbonden is die zelfde houding, cq bewustwording van toepassing op de niet-materiële aspecten, zoals o.a. genoemd in de hiervoor beschreven uitgangspunten. Daarover gaat het volgende.

Het zijn geen geringe voorwaarden die gesteld worden om permanente bewoner te kunnen zijn. In dat licht bezien is het ook begrijpelijk dat de talrijke mensen die hier komen en te kennen geven dat ze het verlangen hebben wel in zo´n gemeenschap te willen wonen, uiteindelijk niet die keuze maken. Eveneens is het geen sinecure om de bereidheid te hebben te kiezen voor een transformatieproces vanuit een leefwereld waarin de materialistisch / mechanische denkwijze centraal staat naar een zijnsoriëntatie die gekenmerkt wordt door organisch / utopische ideeën.
Velen schrikken terug voor de pijn, c.q. eenzaamheidsgevoelens die daar mee gepaard gaan. Tenslotte ontstaat er immers een gevoel van desoriëntatie, hetgeen noodzakelijk is om tot verandering te komen. In de spirituele literatuur wordt er niet voor niets op gewezen dat als er een bladzijde omgeslagen dient te worden in het hart van de mensen, dit niet zonder pijn kan gebeuren, omdat bijna iedereen versteend is in zijn gewoontes. Velen zijn nog niet in staat om zelf te denken of om kosmisch te denken en luisteren niet naar hun geest, maar naar hun intellect, dat reageert naar het belang van het moment.

En omdat op deze plaats dat transformatieproces zo alle aspecten van het leven (wonen én werken, persoonlijk en gemeenschappelijk) behelst, is ´vluchten´ nauwelijks meer mogelijk. En is het vluchtgedrag nu niet juist een van de kenmerken van de maatschappij die betrokkene achter zich wil laten? Velen onderschatten de ingrijpende gevolgen van dit transformatieproces voor zichzelf. Zouden het liefst de omstandigheden, cq. de normen en waarden van het organisme, zoals dat nu wordt vertegenwoordigd cq. bewaakt door de stuurgroep, willen veranderen, dan wel naar hun hand willen zetten, teneinde niet zelf te hoeven veranderen. Soms bewust, vaker onbewust, maar met niet minder vervelende gevolgen, ontstaan er dan situaties waarin dat innerlijke conflict geprojecteerd wordt op uiterlijke factoren. Of wordt een autoriteitsconflict gebruikt om niet zelf de verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor aangegane afspraken.

In Findhorn hebben ze natuurlijk heel veel ervaring opgedaan met bovengenoemde weerstanden. David Spangler schrijft in Manifestatie (3): “ U moet u bewust zijn van die mensen die qua bewustzijn, instelling, steun en samenwerking niet geven wat ze kunnen. Negativiteit in het gemeenschapslichaam is niet alleen een bron voor infectie van buitenaf, maar ook voor scheuring van binnenuit. Blindelings aanvaarden wordt niet gevraagd, integendeel. Wij zullen in dit centrum geen totalitaire neigingen tolereren. Om dezelfde reden kunnen door geen van de leden die het welzijn van het geheel aan het hart gaat, handelingen en instellingen geaccepteerd worden, die persoonlijk gebrek aan visie, vrees en angst tegenover het welzijn van het geheel stellen. U ben allen deel van een gemeenschap om de kracht van het geheel op te voeren. Er is geen verontschuldiging voor om dat na te laten." (blz. 115)
En juist omdat in de confrontatie met dat proces van transformatie bij het betrokken individu (veel) verwarring kan ontstaan, is het van groot belang dat de gemeenschap het belang van helderheid, dus van structuur en grenzen, onderkent.
In het boek ´de Dharma van Benedictus´, waarin hedendaagse Boeddhistische monniken hun ervaringen plaatsen in het kader van de Benedictijnse Regel, staan er in dit verband een aantal opvallend leerzame uitspraken.
"We zijn van mening dat tijd die men besteedt aan het serieus nadenken over spirituele discipline - misschien zelfs over het construeren van een ´raamwerk´voor zichzelf of de gemeenschap waarbinnen men leeft - goed bestede tijd is ".(blz. 19)
"Onze cultuur gaat ervan uit dat waarheid niets van doen heeft met structuren en grenzen, maar Benedictus wist dat de waarheid zich niet manifesteert zonder een levenswijze die je dat helpt verwezenlijken". (blz.20)
"Het leven overeenkomstig een regel, ook als die regel een raamwerk wil zijn en geen keurslijf, strijkt een cultuur waarin het individualisme hoogtij viert, recht tegen de haren in. Afspraken en beloften, waaraan een zeker engagement inherent is - wij gebruiken daarvoor het Engelse woord ´commitments´- neigen tot tijdelijkheid. "
"Iedereen is zo ingesteld op - laten we zien te krijgen wat we willen en als dat moeilijk is en zich iets beters voordoet, laten we dan dát zien te krijgen; we zouden gek zijn als we dan nog trouw aan het andere bleven."
".....dat noem ik een ´lek´. We proberen lekken te dichten, ook al weten we dat er letterlijk en figuurlijk, geen waterdichte afsluiting bestaat. Deze vorm van vallen en opstaan binnen het kader van de begrenzingen is ook inherent aan het contemplatieve leven ".(blz.23)

Hoewel aan de mate waarin wel voorwaarden gesteld mogen worden, is het niet reëel te verwachten dat er ook maar iemand zal zijn die permanent 100% kan voldoen aan de gestelde eisen. Wat dit gegeven betreft kunnen we ook weer te rade gaan bij de monastieke ervaringen van duizenden jaren.
Het is o.a. de zenboeddhist Norman Fischer die over dit thema wetenswaardige opvattingen verkondigt in het eerdergenoemde boek De Dharma van Benedictus. In bijlage 3 (staat niet op deze website versie) is het hele citaat met betrekking tot dit onderwerp opgenomen. Hier volstaat een kenmerkende passage:
"Men merkt, na een leven lang naar de beweegredenen van je eigen hart en die van anderen te kijken, telkens weer dat men nooit echt gehoorzaam is, dat men nooit helemaal uitstijgt boven dwingende belangen van het zelf. We lopen alleen het pad in die richting, elke dag een stukje verder naar we hopen." (blz. 110).
Nadrukkelijk beklemtoont hij, omdat dat gevaar extra op de loer ligt bij het Boeddhistische monastieke leven, dat het spirituele pad niet een pad is van zelfverheffing, maar een pad tot zelftranscendentie. De Regel en de dharma erkennen beide onze ambivalente natuur als menselijke wezens. Norman Fischer: "We zondigen vanzelf en vaak, of - in boeddhistische termen - we bouwen negatief karma op voor onze onjuiste kennis omtrent de ware aard der dingen. De reis die het spirituele leven is, beoogt de ene kant te versterken (juiste kennis) en de andere te vergeven, opdat ook die deel gaat uitmaken van onze weg naar goedheid." (blz.111)
"Benedictus beseft heel goed hoezeer gehoorzaamheid een strijd, een worsteling met jezelf kan zijn, hoe we telkens weer - op steeds diepere en subtielere niveaus van onze geest en ons hart - uitkomen bij onze ik gerichtheid, onze angst ons verzet. "Zoals Benedictus het stelt: het is een weg die in het begin per definitie een heel smalle weg lijkt. Maar de intentie die eraan ten grondslag ligt is liefde, niet beperking, en de aanvankelijke smalheid van de weg verbreedt zich naarmate ons hart warm loopt voor het uitzicht dat de weg biedt, zodat we met vurige liefde en blijdschap, die niet in woorden te vatten zijn, voort zullen schrijden op de weg van....." (blz. 114 / 115)
Waar het laatste citaat eindigt met puntjes na´op de weg van.....´, vult Benedictus dat in door te schrijven ´voort zullen schrijden op de weg van Gods geboden´ en in de boeddhistische traditie zou geschreven kunnen worden ´voort zullen schrijden op de weg naar de boeddhanatuur die we al zijn en bezitten´.
Wat willen wij schrijven? (- voort zullen schrijden op de weg van / naar.........-). Waar loopt ons hart warm voor? Voor welk uitzicht? Hoe zien we ons zelf in het licht van deze tradities en onze eigen geschiedenis?
Past het in het beeld dat Kees Zoeteman schetst in zijn ´Pioniers gevraagd´: "De toekomstige generaties hebben alles te verwachten van de pioniers, die uit persoonlijke kracht ervoor kiezen om nu te werken aan een nieuwe cultuur van bezielde mensen."? (zie visie) Of in het beeld dat Ken Carey voor ogen had toen hij schreef in zijn boek ´Gewekt door het licht´: "Naarmate je je meer gaat oriënteren op een nieuwe manier van in de wereld staan, zul je je aangetrokken voelen tot bepaalde centra waar de trillingssfeer meer bevorderlijk is voor een gezond functioneren".? Het zou kunnen. Zij geven de ruime kaders aan, in grote lijnen de richting, maar we zullen zelf moeten bepalen aan wie, aan wat wij dienstbaar willen zijn.
Duidelijk is dat we niet kiezen voor een kader waar God, of de Heer, in de Godsdienstige betekenis, centraal staat in ons denken en handelen. De gemeenschap kiest niet voor een symbool uit het mechanistische wereldbeeld, die God voorstelt als de grote machinebouwer. Wij vinden dat we de mysticus, die in ons woont, nodig hebben om speels, met plezier en met humor met het leven om te gaan. Wij willen meewerken aan een verandering in levensoriëntatie (denken en handelen), die er voor kan zorgen dat de eerder genoemde goddelijkheid opnieuw zijn plaats kan krijgen.
Waaruit bestaat onze goddelijkheid? Uit onze scheppingskracht en het vermogen deze creativiteit in medeleven te gebruiken. Medeleven betekent helen door recht te doen en door onze dankbaarheid te tonen. We willen de moed hebben ons open te stellen en de bereidheid te hebben stil te zijn om de wijsheid van de schepselen en van dit universum op te kunnen nemen. Wij zijn het eens met Rupert Sheldrake en Matthew Fox als zij stellen dat er een verschuiving dient plaats te vinden, van een denken van - wij zijn hier en God staat daar - naar een mystieke traditie. Mystiek vatten we daarbij op als een fenomeen dat niet passief en theoretisch is, maar actief en praktisch. In deze opvatting van mystiek gaat het om een organisch levensproces, waar het hele Zelf van de mens bij betrokken is. We willen ´de godin´ herontdekken en daarmee de ontvangende kracht een plaats geven naast de scheppende kracht. Waar beide krachten samenkomen - maar misschien is er geen sprake van samenkomen, en zijn ze ondeelbaar - verstrengeld raken, niet meer te onderscheiden zijn, ontstaat een veld van vruchtbare energie. Het stille midden, in een wereld van turbulentie.
En als we dan weten dat de waarheid in het midden ligt, is er niets op tegen om ook onze centrale aandacht op het midden te vestigen. Het midden als symbool voor onze eenheidsgedachte, waarin alles samenkomt: het bekende en het onbekende, het tastbare en het ontastbare en alle andere paradoxen. Dat midden noemen we ´het Midden´.
Het was de filosoof Martin Buber die in zijn boek ´Ik en Gij´ (1923) zo treffend de werking van het Midden verwoordde: " De ware gemeenschap ontstaat niet doordat mensen gevoelens voor elkaar hebben (zij ´t uiteraard evenmin zonder deze gevoelens) maar door dat zij allen in een levende wederkerige relatie staan tot een levend Midden en onderling in een levende wederkerige relatie staan. De gemeenschap wordt gebouwd uit de levende wederkerige relatie, doch de bouwmeester is het levende werkende Midden."(blz.48)

Wat betekent deze vaststelling voor ons?
Het is opnieuw Sheldrake die ons kan helpen als hij schrijft: " Het lijkt mij dat we met de totale erfenis worstelen van de industriële mechanisatie, met de gevolgen daarvan die de zonde als regens over de gehele planeet verspreiden. We leven daadwerkelijk in de laatste tijden, in die zin dat deze planeet zoals hij nu is, niet zal overleven, wanneer onze generatie zich niet anders gaat opstellen. Moed en durf om te veranderen, los te laten en opnieuw te beginnen. Dit is het wezenlijke gevecht met de demonen dat bij elke spirituele weg hoort!"
Sheldrake spreekt over een ecologisch bewustzijn, dat o.a. de kern raakt van de grondslag van onze gemeenschap. Hoe zien wij de natuur? Welke waarde kennen we daar aan toe? Hoe kunnen wij ons als mens opnieuw verbinden - re ligere - met de natuur?
In dezelfde geest, maar met heel andere woorden, spreekt ook Emile Trommel zijn zorg uit over de houding van de mensheid t.o.v. de natuur, in zijn boek ´Het Zwaard van Michaël´. Hier beperken we ons enkele citaten:
"Er zal moeten worden gewerkt aan de Aardevervuiling, maar nog meer aan de geestelijke vervuiling, waaraan alle menselijke wezens (min of meer) lijden. Indien wij de geestelijke vervuiling transformeren in samenwerking met de lichtwerkers van de Eenheid zal ook de Aardevervuiling ophouden te bestaan. Door een omgekeerde volgorde zal dit niet tot stand kunnen worden gebracht. Het niet vervuilen in welke vorm dan ook, moet niet plaats vinden uit angst voor het ´eigen hachie´, doch op basis van overgave aan het totaal van de Schepping. Dit laatste is een geheel ander uitgangspunt, dat voorbij gaat aan de menselijke behoeftebevrediging."
"Is het niet tijd tot bezinning te komen of is onze bezinning bedolven onder onze ongebreidelde begeerte naar steeds meer levensenergie en levensgeluk? Is deze bezinning, die onhoorbare bel die in ons luidt, maar die overstemd wordt door onze daverende maatschappijklank, verloren? De vlucht in oude- en nieuwe gedragspatronen, ook op spiritueel en/of religieus gebied, zal niet veel baten, aangezien de daarin ontwikkelde wijzen van gebed niet geschikt zijn voor deze tijd (beden met verzoeken om bevoordeeld te worden). De tijd is nu gekomen om tot een andere vorm van gebed te komen, een gebed van overgave, waarin onze eigen (vermeende) behoeften eigenlijk nauwelijks een rol spelen."
We weten dat door de reformatie in Noord Europa de rituelen die de natuur heiligden werden verboden, omdat ze beschouwd werden als overblijfselen van het heidendom. Door die opstelling werd in de protestantse landen de natuur haar heiligheid ontnomen. Religie was voortaan bijna uitsluitend een zaak van de relatie tussen de mens en God, met de kerk als monopolistische bemiddelaar. Aan de natuurlijke wereld werd geen spirituele kracht meer toegekend. Op die wijze waren er geen geestelijke belemmeringen meer over voor het veroveren en exploiteren van de natuur, omdat de ziel, het levensprincipe er geheel uit verdween, inclusief het menselijk lichaam. En daarmee de bewustwording dat de natuur in algemene zin ons iets schenkt, dienstbaar is aan ons. Wat betekent dit? Als je de natuur als bezield ziet dan geeft deze het beste wat ze heeft. Het is een geschenk op basis van onvoorwaardelijke liefde. De juiste temperatuur voor de aarde is een geschenk; de zuurstof die de bomen leveren of bijvoorbeeld de groente uit onze tuin. Vanuit het bezielde perspectief is alles buiten jezelf er niet zomaar; als een object om te gebruiken, als een vanzelfsprekendheid. De bezielde gift die ons gegeven wordt, via al die vormen, is iets om dankbaar voor te zijn; je zou dit besef ons ecologisch bewustzijn kunnen noemen. We kunnen constateren dat met het besef van dat geschenk ook de dankbaarheid daarvoor is verdwenen. De mysticus Meester Eckhart heeft niet voor niets gezegd: "Als het enige gebed dat je in je leven zegt dankjewel is, dan is dat genoeg."
Wateronderzoeker Masaru Emoto zegt: "Liefde en dankbaarheid zijn behalve woorden ook krachten. Woorden zijn levende fenomenen waarop de natuur in het ene geval een ´ja´ laat horen - in het andere geval een ´nee´."

Op welke wijze tonen wij onze dankbaarheid?
Ons dankjewel tonen we door de keuzes die we maken. Door een biologische groentetuin te beheren, door andere ecologische etenswaren te kopen, door het aanleggen van duurzame energiesystemen. In de dankbaarheid voor de ontmoetingen met zoveel mensen die hun steentje komen bijdragen of op Ecolonie als gast willen zijn. Door de aandacht voor de natuureducatieve waarden. In het zien van de wonderen die hier gebeuren. In het werken ten behoeve van dit organisme zonder dat er sprake is van persoonlijk geldelijk gewin. Door onze dankbaarheid te tonen via het zingen van de mantra´s etc.
En er zijn allemaal nog grote en kleine momenten waar ieder mens voor zichzelf deze dankbaarheid vorm geeft.
Onze intentie is duidelijk, maar zoals we elders schrijven, uit onze daden zal blijken wat we beogen. Zijn deze daden voldoende? Hoe zorgvuldig zijn we bezig als geheel en hoe zorgvuldig is ieder als individu? Deze vragen zullen we onszelf en elkaar steeds opnieuw moeten stellen.
We willen zoveel meer in kwalitatieve zin! Om onze intentie nog zichtbaarder en tastbaarder te maken. Om tot verdere realisatie te komen hebben we middelen nodig. Zowel in de vorm van arbeid als in geld. Wat brengt ons hierin de toekomst? Deze is voor ons verborgen. Als we oprecht ons best doen, zullen we merken dat alles en iedereen als het ware samenzweert om ons te helpen - als we daar tenminste voor openstaan en het willen zien. Die rijke ervaring hebben we. Al wachtend doen we ons best, vol vertrouwen, er is tenslotte geen tijd te verliezen. Steeds opnieuw luisteren naar wat van ons gevraagd wordt. Ook dat is een van de oefeningen. Al dat wat komen gaat, ligt in het onbekende, de zogenaamde duisternis, verborgen. In die duisternis is er eenheid en geen onderscheid! Deze eenheid is van fundamentele aard.

Dat levende werkende Midden is voor ons het bezielde, de natuur, de duisternis, de gift, de vreugde, de pijn, de scheppende kracht, moeder aarde en vader hemel, de paradoxen, de bron, dat wat nooit een naam zal hebben, en nooit een naam zal worden gegeven, het mysterie, het alles, waarin ´ik´ niet ben te onderscheiden. Waarin ´ik´ me zelf verloren heb. Waar een houding van dienstbaarheid niet voortkomt uit een intellectuele keuze, maar uit een innerlijke noodzaak, omdat het ik opgehouden heeft zichzelf speciaal te vinden.

"Als ik terugkeer naar de godheid, bij wie alles begint, naar de bron, de kern van alle dingen, dan heeft niemand me gemist, want" zegt hij, Meester Eckhart,"er is zo´n eenheid dat niemand me zal vragen: Waar ben je geweest broeder Eckhart, en wat heb je gedaan?"

Ja voor dat alles willen we dankbaar zijn en dit ook tonen, door datgene te doen wat we doen en nog zullen doen. Aan dat appèl willen we voldoen. Hier willen we onze discipline voor gebruiken en niet onze aandacht laten verslappen.
Als we met deze bewustwording, deze intentie, leven en werken, dan kunnen we die natuurlijke, alledaagse activiteit beschouwen als een ritueel! Zoals jaren geleden een vrijwilliger zei: ´Hier op Ecolonie heb je helemaal geen workshops nodig om iets te leren; hier (actief) zijn is één grote workshop.´
Desalniettemin zullen we nog wel speciale rituelen gebruiken, om daarmee onze dankbaarheid ten opzichte van bepaald aspecten van het leven te tonen. Zoals we met de seizoenswisselingen hebben gedaan, voor de bomen of het water en voor de natuurwezens. Maar deze rituelen zijn niet specialer dan welke andere handeling op het terrein dan ook, die met zorg en liefde wordt gedaan vanuit het hierboven genoemde perspectief!